Voedsel in het Hiernamaals

In de geestelijke wereld is ook voedsel aanwezig.

André bezocht het huis van zijn leider Alcar in de vijfde sfeer van licht.

Thans zag hij hoe schoon de fontein was. Zij stond op een prachtig voetstuk in een bassin, waarin vissen van verschillende kleuren zwommen. Hier, in het leven na de dood, leefde alles wat men ook op aarde in de natuur kende. De mens was één met het planten- en dierenleven. Eén in alles. Prachtige bloemen groeiden rondom de fontein. Machtig was dit symbool van liefde. De ene kreet van verwondering slaakte hij na de andere. Weer toonde Alcar hem een geestelijk wonder.
‘Kijk eens, mijn jongen, neem van deze vruchten, het zal je versterken.’
André zag dat in Alcars huis alles verenigd was. Hier was hij in de natuur. Overal groeiden vruchten en bloeiden bloemen in onnoembare kleuren.
‘Neem gerust, André, zij zijn om de mens te versterken.’
André plukte een vrucht. Het was ongelooflijk, zacht sap vloeide zijn mond binnen. Zij leek op een aardse perzik, doch deze vrucht was niets dan sap. Krachtig voelde hij zich, geen woorden kon hij ervoor vinden.
‘Aan deze zijde hebben wij alles. Waarom zouden wij geen vruchten bezitten? Ik zal je nog meer wonderen tonen.’

Een Blik in het Hiernamaals, blz. 373.